De Oosterschelde en de directe omgeving is rijk aan flora en fauna. Het zoute water is de thuisbasis voor vele vissen, weekdieren en zoogdieren. De zandbanken, dijken en schorren zijn geliefd bij vogels. Er is altijd iets te beleven! Wist je dat de Oosterschelde het grootste Nationaal Park van Nederland is? Op deze pagina vind je een overzicht van de dieren die in de Oosterschelde leven.
De zeehond is misschien wel hét toonbeeld van het rijke onderwaterleven van de Oosterschelde. Er leven ruim 200 zeehonden in de Oosterschelde. Ze vangen vis en rusten tussendoor uit op de zandplaten. Er zijn twee soorten zeehonden in dit gebied: de gewone zeehond en de grijze zeehond. De grote aanwezigheid van zeehonden geeft aan dat er voldoende vis beschikbaar is. Er is ook een andere dierensoort in de Oosterschelde die daarvan profiteert: de bruinvis. Deze kleine walvisachtige voedt zich met kleine visjes en krijgt ook haar kalfjes (jongen) in de Oosterschelde.
Tijdens onze rondvaarten komen we naast zeehonden ook steeds vaker bruinvissen tegen in de Oosterschelde. Hun rug is donkergrijs, hun buik iets lichter grijs en ze zijn 1.45 tot 1.60 meter lang. Het is een kleine walvissoort, dus het is geen vis maar een zoogdier. De bruinvis moet dan ook boven water komen om adem te halen. Dit doet hij met het blaasgat boven op zijn hoofd. Op dat moment spotten we ze regelmatig!
In de Oosterschelde vind je vooral platvissen zoals bot en rog. Er zwemmen ook palingen en zelfs haaien. Er zijn vier haaiensoorten: de hondshaai, gladde haai, ruwe haai en gevlekte gladde haai. Het gaat steeds beter met de haai in de Oosterschelde. Dat komt door het relatief warme water en de zachte bodem. Duikers kunnen in de Oosterschelde ook wel eens zeepaardjes spotten.
De sepia, ook wel de zeekat genoemd, is een soort inktvis. Op het strand kun je wel eens een rugschild van de sepia vinden. Er leven ook verschillende soorten zeesterren in de Oosterschelde, waaronder de gewone zeester en de brokkelster. Deze ongewervelde dieren met zuignapjes lijken misschien lief, maar het zijn echte rovers. Ze eten grote hoeveelheden schelpdieren zoals mosselen. De zee-egel is ook een ongewerveld dier en deze voedt zich vooral met algen of kleine diertjes zoals wormen.
Er zijn vele schelpdieren te vinden, van kokkels tot alikruiken (krukels). Deze zijn eetbaar, het zijn echte Zeeuwse delicatessen. Maar Zeeland staat pas écht bekend om de Zeeuwse mossel en de oester. In de Oosterschelde worden mossels en oesters grootgebracht en opgevist. De Japanse oester is een invasieve exoot die de overhand heeft genomen. De Zeeuwse platte oester komt steeds minder voor.
De kreeft die in de Oosterschelde leeft, heeft een klein verschil in het DNA-profiel met die van de zeekreeft. Daarom wordt hij de Oosterscheldekreeft genoemd. Er is zelfs een speciaal Oosterscheldekreeftseizoen om te voorkomen dat er te weinig kreeften overblijven. Daarnaast vind je ook krabben in de Oosterschelde. De kids vinden het vaak leuk om deze krabben te vangen met behulp van een touwtje en wat worst of mossel aan een knijper! De garnaal is officieel een kreeftachtige. In de Oosterschelde vind je met name de gewone garnaal.
Bij de Schelphoek vind je de zeewierboerderij. In het water worden twee soorten zeewier gekweekt: Wakame en Royal Kombu. In het ‘wild’ vind je onder andere roodhoorntjeswier en zeesla. Bovendien is het bijzonder dat we hier de enige koraalsoort van Nederland hebben: dodemansduim. Verder vind je in de Oosterschelde ook nog anemonen.
Stap aan boord van ons schip in Burghsluis. Tijdens de rondvaart maak je kans om zeehonden te spotten, en misschien zelfs een bruinvis. We vertellen je ook meer over de natuur in en rond de Oosterschelde.