Weekdieren zijn ongewervelde dieren met een zacht (week) lichaam dat meestal wordt beschermd door een harde schil of schelp. Veel weekdieren leven in het water. In de Oosterschelde leven veel verschillende soorten weekdieren, hier kun je lezen om welke het gaat.
De mossel is waar Zeeland bekend om staat. Je kunt mosselen vinden aan meerpalen, op stenen en op de bodem. De mosselvissers hebben specifiek aangeduide mosselpercelen waar ze hun mosselen laten groeien. De Zeeuwse mossel is er in twee varianten: bodemcultuur en hangcultuur. Zoals de naam al doet vermoeden, groeit bodemcultuur op de bodem van de Oosterschelde en hangcultuur mosselen zijn mosselen die hangend aan touwen groeien.
Er zijn verschillende soorten oesters. De Zeeuwse platte oester, min of meer rond van vorm, komt helaas steeds minder voor. De Japanse oester is een invasieve exoot die de overhand heeft genomen. De Japanse oester is grilliger van vorm.
Het kweken van mosselen gebeurt op mosselpercelen in de Oosterschelde. Mosselkotters vangen de zaden in zee en ‘zaaien’ ze op de mosselpercelen. Tijdens onze rondvaarten varen we er langs zie je de stokken boven het water uitsteken die de percelen afbakenen. Tussen deze grenzen groeien onder het wateroppervlak de piepkleine mosseltjes in twee tot drie jaar uit tot volwassen mossels. Een delicatesse!
De zeester is de grote vijand van de mossel. Er zijn verschillende soorten zeesterren in de Oosterschelde, zoals de gewone zeester en de brokkelster. Deze ongewervelde dieren met zuignapjes lijken misschien lief, maar het zijn echte rovers. Ze eten grote hoeveelheden schelpdieren zoals mosselen.
De zee-egel is een rond weekdier met een stekelig omhulsel. Ze kunnen gevaarlijk scherp zijn. De zee-egel voedt zich vooral met algen en kleine dieren zoals kreeftachtigen en wormen.

Ook slakken zijn weekdieren. In de Oosterschelde vind je de wulk en de alikruik. De schelp van de wulk vind je ook regelmatig op het strand, net als de eikapsels die een beetje lijken op balletjes van bubbeltjesplastic. De alikruik is een stuk kleiner en staat ook bekend als een Zeeuwse delicatesse. We noemen ze ook wel ‘krukels’. De kokkel is nog een weekdier in de Oosterschelde. Dit weekdier met de witte schelp is één van de meest voorkomende schelpdieren van Nederland. Kokkels worden ook opgevist voor de consumptie. Als laatste de mesheften, welke beter bekend staan als scheermessen. Het weekdier zit in een lange schelp die blauwgrijs of witbruin van kleur is. Er zijn verschillende soorten mesheften.
De gewone strandkrab is de meest voorkomende soort in de Oosterschelde. De kids vinden het vaak leuk om deze krabben te vangen met behulp van een touwtje en wat worst of mossel aan een knijper! Er zijn ook krabbensoorten die je misschien niet zou verwachten, zo heeft de grote spinkrab zich inmiddels in de Oosterschelde gevestigd. De grote spinkrab behoort tot de grootste krabben van de wereld!
In de Oosterschelde vind je een kreeft met een DNA-profiel die nét wat afwijkt van de zeekreeft. Hij wordt de Oosterscheldekreeft genoemd. Er is zelfs een speciaal Oosterscheldekreeftseizoen om te voorkomen dat er te weinig kreeften overblijven. Wist je dat de harde schil van de kreeft niet met de kreeft meegroeit? Daarom moet hij zo nu en dan een nieuw jasje aan doen. De nieuwe schil is eerst zacht en wordt later hard. De garnaal behoort ook tot de kreeftachtigen. De gewone garnaal is grijsbruin van kleur.
Naast mosselen en oesters zijn er ook kreeften te vinden in de Oosterschelde. Het kreeftseizoen loopt van 1 april tot 15 juli en wordt elk jaar eind maart feestelijk geopend. Na de strenge winter van 1963 waren kreeften bijna verdwenen uit de Oosterschelde, maar tegenwoordig gaat het erg goed met de kreeftenpopulatie. Er is een vergunning nodig om kreeft te mogen vangen en het aantal vergunningen dat wordt uitgegeven is beperkt. Zo is de kreeft in de Oosterschelde beschermd tegen overbevissing.
De sepia, ook wel de zeekat genoemd, is een soort inktvis. De sepia is een weekdier omdat het geen botten of graten heeft, maar het heeft wel een rugschild. Op het strand kun je wel eens een rugschild van de sepia vinden. Dit schild bestaat grotendeels uit kalk en wordt vaak aan kippen en vogels gegeven om aan te pikken.
Bezoek ook eens onze pagina dieren in de Oosterschelde om meer te lezen over zeezoogdieren en vissen in de Oosterschelde.